De reactie A + B → C volgt de snelheidsvergelijking r = k·CA²·CB, met k = 0,02 L²/(mol²·s). Vind de reactiesnelheid r als CA = 0,4 mol/L en CB = 1,2 mol/L.
Werkblad Reactiekinetiek met antwoorden
De reactie A + B → C volgt de snelheidsvergelijking r = k·CA·CB, met k = 0,02 L/(mol·s). Vind de reactiesnelheid r als CA = 0,25 mol/L en CB = 1 mol/L.
Een tweede-orde reactie (−rA = k·CA²) in een batchreactor heeft k = 0,25 L/(mol·min) en begint bij 2 mol/L. Hoe lang duurt het om 75% conversie te bereiken? Vind t.
Een nulde-orde reactie heeft k = 0,04 mol/(L·min) en begint bij 1,2 mol/L. Hoe lang duurt het om 30% conversie te bereiken? Vind t.
Twee experimenten meten de beginsnelheid van A → producten. Met CA0 = 0,4 mol/L is de snelheid 0,01 mol/(L·s); met CA0 = 1,6 mol/L is die 0,16 mol/(L·s). Vind de reactieorde n ten opzichte van A.
Een reactie heeft een snelheidsconstante van 0,002 min⁻¹ bij 20 °C en een activeringsenergie van 70 kJ/mol. Vind de snelheidsconstante k2 bij 35 °C.
Antwoordenblad
- 1. r = 0,00384 mol/(L·s)
- 2. r = 0,005 mol/(L·s)
- 3. t = 6 min
- 4. t = 9 min
- 5. n = 2
- 6. k2 = 0,008095 min⁻¹
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.