Een eerste-orde reactie heeft een snelheidsconstante van 0,02 min⁻¹. Vind de halveringstijd t½.
Werkblad Reactiekinetiek met antwoorden
1.Makkelijk
k = 0,02 min⁻¹
t½ = min
2.Makkelijk
Een eerste-orde reactie heeft een snelheidsconstante van 0,05 min⁻¹. Vind de halveringstijd t½.
k = 0,05 min⁻¹
t½ = min
3.Gemiddeld
Een reactie met snelheidsvergelijking −rA = k·CA² heeft k = 1 L/(mol·min) en begint bij 0,5 mol/L. Vind de concentratie CA na 15 min.
k = 1 L/(mol·min)CA0 = 0,5 mol/Lt = 15 min
CA = mol/L
4.Gemiddeld
In een eerste-orde reactie daalt de concentratie van A van 0,8 mol/L naar 0,24 mol/L in 5 min. Vind de snelheidsconstante k.
CA0 = 0,8 mol/LCA = 0,24 mol/Lt = 5 min
k = min⁻¹
5.Moeilijk
De snelheidsconstante van een reactie is 0,01 min⁻¹ bij 20 °C en 0,112 min⁻¹ bij 45 °C. Vind de activeringsenergie Ea.
k1 = 0,01 min⁻¹T1 = 20 °Ck2 = 0,112 min⁻¹T2 = 45 °CR = 8,314 J/(mol·K)
Ea = kJ/mol
6.Moeilijk
Twee experimenten meten de beginsnelheid van A → producten. Met CA0 = 0,2 mol/L is de snelheid 0,005 mol/(L·s); met CA0 = 0,4 mol/L is die 0,01 mol/(L·s). Vind de reactieorde n ten opzichte van A.
CA0,1 = 0,2 mol/Lr1 = 0,005 mol/(L·s)CA0,2 = 0,4 mol/Lr2 = 0,01 mol/(L·s)
n =
Antwoordenblad
- 1. t½ = 34,66 min
- 2. t½ = 13,86 min
- 3. CA = 0,05882 mol/L
- 4. k = 0,2408 min⁻¹
- 5. Ea = 74,93 kJ/mol
- 6. n = 1
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.