De reactie A + B → C volgt de snelheidsvergelijking r = k·CA·CB², met k = 0,2 L²/(mol²·s). Vind de reactiesnelheid r als CA = 0,2 mol/L en CB = 0,2 mol/L.
Werkblad Reactiekinetiek met antwoorden
Een eerste-orde reactie A → producten heeft een snelheidsconstante van 0,25 min⁻¹. De beginconcentratie van A is 1,2 mol/L. Vind de concentratie CA na 5 min.
Een reactie met snelheidsvergelijking −rA = k·CA² heeft k = 0,25 L/(mol·min) en begint bij 1 mol/L. Vind de concentratie CA na 10 min.
In een eerste-orde reactie daalt de concentratie van A van 0,5 mol/L naar 0,3 mol/L in 20 min. Vind de snelheidsconstante k.
Een reactie heeft een snelheidsconstante van 0,002 min⁻¹ bij 35 °C en een activeringsenergie van 80 kJ/mol. Vind de snelheidsconstante k2 bij 60 °C.
De snelheidsconstante van een reactie is 0,002 min⁻¹ bij 35 °C en 0,0638 min⁻¹ bij 65 °C. Vind de activeringsenergie Ea.
Antwoordenblad
- 1. r = 0,0016 mol/(L·s)
- 2. CA = 0,3438 mol/L
- 3. CA = 0,2857 mol/L
- 4. k = 0,02554 min⁻¹
- 5. k2 = 0,02083 min⁻¹
- 6. Ea = 99,99 kJ/mol
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.