Een eerste-orde reactie A → producten heeft een snelheidsconstante van 0,25 min⁻¹. De beginconcentratie van A is 1,5 mol/L. Vind de concentratie CA na 5 min.
Werkblad Reactiekinetiek met antwoorden
De reactie A + B → C volgt de snelheidsvergelijking r = k·CB, met k = 0,05 s⁻¹. Vind de reactiesnelheid r als CA = 0,4 mol/L en CB = 0,1 mol/L.
Een reactie met snelheidsvergelijking −rA = k·CA² heeft k = 0,4 L/(mol·min) en begint bij 2 mol/L. Vind de concentratie CA na 2 min.
Een tweede-orde reactie (−rA = k·CA²) heeft k = 0,02 L/(mol·min) en een beginconcentratie van 1,5 mol/L. Vind de eerste halveringstijd t½.
Een reactie heeft een activeringsenergie van 50 kJ/mol. Bij 50 °C is ze te traag. Tot welke temperatuur T2 (in °C) moet ze worden verwarmd om 2 keer zo snel te verlopen?
Een reactie heeft een snelheidsconstante van 0,02 min⁻¹ bij 20 °C en een activeringsenergie van 90 kJ/mol. Vind de snelheidsconstante k2 bij 30 °C.
Antwoordenblad
- 1. CA = 0,4298 mol/L
- 2. r = 0,005 mol/(L·s)
- 3. CA = 0,7692 mol/L
- 4. t½ = 33,33 min
- 5. T2 = 62,5 °C
- 6. k2 = 0,06762 min⁻¹
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.