Een eerste-orde reactie heeft een halveringstijd van 20 min. Vind de snelheidsconstante k.
Werkblad Reactiekinetiek met antwoorden
1.Makkelijk
t½ = 20 min
k = min⁻¹
2.Makkelijk
De reactie A + B → C volgt de snelheidsvergelijking r = k·CA·CB², met k = 0,5 L²/(mol²·s). Vind de reactiesnelheid r als CA = 0,25 mol/L en CB = 2 mol/L.
r = k·CA·CB²k = 0,5 L²/(mol²·s)CA = 0,25 mol/LCB = 2 mol/L
r = mol/(L·s)
3.Gemiddeld
In een eerste-orde reactie daalt de concentratie van A van 2 mol/L naar 0,7 mol/L in 5 min. Vind de snelheidsconstante k.
CA0 = 2 mol/LCA = 0,7 mol/Lt = 5 min
k = min⁻¹
4.Gemiddeld
Een reactie met snelheidsvergelijking −rA = k·CA² heeft k = 0,8 L/(mol·min) en begint bij 0,5 mol/L. Vind de concentratie CA na 15 min.
k = 0,8 L/(mol·min)CA0 = 0,5 mol/Lt = 15 min
CA = mol/L
5.Moeilijk
De snelheidsconstante van een reactie is 0,1 min⁻¹ bij 40 °C en 2,61 min⁻¹ bij 80 °C. Vind de activeringsenergie Ea.
k1 = 0,1 min⁻¹T1 = 40 °Ck2 = 2,61 min⁻¹T2 = 80 °CR = 8,314 J/(mol·K)
Ea = kJ/mol
6.Moeilijk
Een reactie heeft een snelheidsconstante van 0,005 min⁻¹ bij 25 °C en een activeringsenergie van 70 kJ/mol. Vind de snelheidsconstante k2 bij 65 °C.
k1 = 0,005 min⁻¹T1 = 25 °CT2 = 65 °CEa = 70 kJ/molR = 8,314 J/(mol·K)
k2 = min⁻¹
Antwoordenblad
- 1. k = 0,03466 min⁻¹
- 2. r = 0,5 mol/(L·s)
- 3. k = 0,21 min⁻¹
- 4. CA = 0,07143 mol/L
- 5. Ea = 74,98 kJ/mol
- 6. k2 = 0,1412 min⁻¹
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.