Een eerste-orde reactie A → producten heeft een snelheidsconstante van 0,2 min⁻¹. De beginconcentratie van A is 1,2 mol/L. Vind de concentratie CA na 10 min.
Werkblad Reactiekinetiek met antwoorden
1.Makkelijk
k = 0,2 min⁻¹CA0 = 1,2 mol/Lt = 10 min
CA = mol/L
2.Makkelijk
Een eerste-orde reactie heeft een halveringstijd van 30 min. Vind de snelheidsconstante k.
t½ = 30 min
k = min⁻¹
3.Gemiddeld
Een reactie met snelheidsvergelijking −rA = k·CA² heeft k = 1 L/(mol·min) en begint bij 1 mol/L. Vind de concentratie CA na 30 min.
k = 1 L/(mol·min)CA0 = 1 mol/Lt = 30 min
CA = mol/L
4.Gemiddeld
In een eerste-orde reactie daalt de concentratie van A van 2 mol/L naar 0,4 mol/L in 60 min. Vind de snelheidsconstante k.
CA0 = 2 mol/LCA = 0,4 mol/Lt = 60 min
k = min⁻¹
5.Moeilijk
Een reactie heeft een snelheidsconstante van 0,1 min⁻¹ bij 40 °C en een activeringsenergie van 75 kJ/mol. Vind de snelheidsconstante k2 bij 55 °C.
k1 = 0,1 min⁻¹T1 = 40 °CT2 = 55 °CEa = 75 kJ/molR = 8,314 J/(mol·K)
k2 = min⁻¹
6.Moeilijk
Een reactie heeft een activeringsenergie van 70 kJ/mol. Bij 25 °C is ze te traag. Tot welke temperatuur T2 (in °C) moet ze worden verwarmd om 5 keer zo snel te verlopen?
Ea = 70 kJ/molT1 = 25 °Ck2/k1 = 5R = 8,314 J/(mol·K)
T2 = °C
Antwoordenblad
- 1. CA = 0,1624 mol/L
- 2. k = 0,0231 min⁻¹
- 3. CA = 0,03226 mol/L
- 4. k = 0,02682 min⁻¹
- 5. k2 = 0,3731 min⁻¹
- 6. T2 = 43,02 °C
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.