Een eerste-orde reactie heeft een snelheidsconstante van 0,01 min⁻¹. Vind de halveringstijd t½.
Werkblad Reactiekinetiek met antwoorden
1.Makkelijk
k = 0,01 min⁻¹
t½ = min
2.Makkelijk
Een eerste-orde reactie heeft een snelheidsconstante van 0,15 min⁻¹. Vind de halveringstijd t½.
k = 0,15 min⁻¹
t½ = min
3.Gemiddeld
In een eerste-orde reactie daalt de concentratie van A van 1 mol/L naar 0,5 mol/L in 5 min. Vind de snelheidsconstante k.
CA0 = 1 mol/LCA = 0,5 mol/Lt = 5 min
k = min⁻¹
4.Gemiddeld
Een reactie met snelheidsvergelijking −rA = k·CA² heeft k = 0,4 L/(mol·min) en begint bij 1,5 mol/L. Vind de concentratie CA na 15 min.
k = 0,4 L/(mol·min)CA0 = 1,5 mol/Lt = 15 min
CA = mol/L
5.Moeilijk
Een reactie heeft een activeringsenergie van 50 kJ/mol. Bij 25 °C is ze te traag. Tot welke temperatuur T2 (in °C) moet ze worden verwarmd om 3 keer zo snel te verlopen?
Ea = 50 kJ/molT1 = 25 °Ck2/k1 = 3R = 8,314 J/(mol·K)
T2 = °C
6.Moeilijk
Een reactie heeft een snelheidsconstante van 0,05 min⁻¹ bij 35 °C en een activeringsenergie van 80 kJ/mol. Vind de snelheidsconstante k2 bij 55 °C.
k1 = 0,05 min⁻¹T1 = 35 °CT2 = 55 °CEa = 80 kJ/molR = 8,314 J/(mol·K)
k2 = min⁻¹
Antwoordenblad
- 1. t½ = 69,31 min
- 2. t½ = 4,621 min
- 3. k = 0,1386 min⁻¹
- 4. CA = 0,15 mol/L
- 5. T2 = 42,17 °C
- 6. k2 = 0,3354 min⁻¹
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.