De reactie A + B → C volgt de snelheidsvergelijking r = k·CA·CB, met k = 0,002 L/(mol·s). Vind de reactiesnelheid r als CA = 0,5 mol/L en CB = 1 mol/L.
Werkblad Reactiekinetiek met antwoorden
Een eerste-orde reactie heeft een halveringstijd van 12 min. Welk percentage f van de reactant is er na 18 min nog over?
Een reactie met snelheidsvergelijking −rA = k·CA² heeft k = 0,8 L/(mol·min) en begint bij 0,5 mol/L. Vind de concentratie CA na 15 min.
In een eerste-orde reactie daalt de concentratie van A van 2 mol/L naar 0,6 mol/L in 20 min. Vind de snelheidsconstante k.
Een reactie heeft een snelheidsconstante van 0,005 min⁻¹ bij 30 °C en een activeringsenergie van 90 kJ/mol. Vind de snelheidsconstante k2 bij 40 °C.
Twee experimenten meten de beginsnelheid van A → producten. Met CA0 = 0,2 mol/L is de snelheid 0,002 mol/(L·s); met CA0 = 0,8 mol/L is die 0,032 mol/(L·s). Vind de reactieorde n ten opzichte van A.
Antwoordenblad
- 1. r = 0,001 mol/(L·s)
- 2. f = 35,36 %
- 3. CA = 0,07143 mol/L
- 4. k = 0,0602 min⁻¹
- 5. k2 = 0,01564 min⁻¹
- 6. n = 2
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.