Een eerste-orde reactie heeft een halveringstijd van 12 min. Welk percentage f van de reactant is er na 18 min nog over?
Werkblad Reactiekinetiek met antwoorden
De reactie A + B → C volgt de snelheidsvergelijking r = k·CA·CB², met k = 0,005 L²/(mol²·s). Vind de reactiesnelheid r als CA = 1 mol/L en CB = 0,5 mol/L.
Een tweede-orde reactie (−rA = k·CA²) heeft k = 0,25 L/(mol·min) en een beginconcentratie van 2 mol/L. Vind de eerste halveringstijd t½.
Een reactie met snelheidsvergelijking −rA = k·CA² heeft k = 0,05 L/(mol·min) en begint bij 1,5 mol/L. Vind de concentratie CA na 5 min.
Een reactie heeft een snelheidsconstante van 0,005 min⁻¹ bij 20 °C en een activeringsenergie van 90 kJ/mol. Vind de snelheidsconstante k2 bij 45 °C.
Een eerste-orde reactie heeft een snelheidsconstante van 0,05 s⁻¹ bij 25 °C en een activeringsenergie van 80 kJ/mol. Vind de pre-exponentiële factor A in de vergelijking van Arrhenius.
Antwoordenblad
- 1. f = 35,36 %
- 2. r = 0,00125 mol/(L·s)
- 3. t½ = 2 min
- 4. CA = 1,091 mol/L
- 5. k2 = 0,09102 min⁻¹
- 6. A = 5,19 × 10¹² s⁻¹
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.