Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A − B) ∪ (B ∪ A)|, het aantal elementen van (A − B) ∪ (B ∪ A).
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {3, 5, 6, 8, 13, 16, 19}B = {3, 4, 5, 8, 9, 10, 13, 15}|U| = 12
|(A − B) ∪ (B ∪ A)| =
2.Makkelijk
Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A ∩ B)′|, het aantal elementen van (A ∩ B)′.
A = {2, 3, 4, 11, 14, 19}B = {3, 4, 11, 20}|U| = 8
|(A ∩ B)′| =
3.Gemiddeld
Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling (C ∩ A′) − (B ∪ A). Klik op zijn nummer.
(C ∩ A′) − (B ∪ A)
- 1gebied 1
- 2gebied 2
- 3gebied 3
- 4gebied 4
- 5gebied 5
- 6gebied 6
- 7gebied 7
- 8gebied 8
4.Gemiddeld
Elk getal in het venndiagram is het aantal elementen in dat gebied. Bepaal |(A′ ∩ C) ∪ (C ∩ A′)|.
|U| = 42
|(A′ ∩ C) ∪ (C ∩ A′)| =
5.Moeilijk
Op X = {1, 2, …, 15} geldt de relatie R als x ≡ y (mod 3). Hoeveel geordende paren bevat R? Noem het aantal |R|.
X = {1, …, 15}x R y ⟺ 3 | (x − y)
|R| =
6.Moeilijk
Hoeveel bijecties f: A → B zijn er als |A| = |B| = 5? Noem het aantal N.
|A| = 5|B| = 5
N =
Antwoordenblad
- 1. |(A − B) ∪ (B ∪ A)| = 11
- 2. |(A ∩ B)′| = 5
- 3. gebied 2
- 4. |(A′ ∩ C) ∪ (C ∩ A′)| = 11
- 5. |R| = 75
- 6. N = 120
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.