Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |B − A|, het aantal elementen van B − A.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {1, 2, 5, 9, 17}B = {4, 16, 17, 20}|U| = 10
|B − A| =
2.Makkelijk
Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A ∩ B′) ∩ (B ∪ A)|, het aantal elementen van (A ∩ B′) ∩ (B ∪ A).
A = {1, 2, 5, 8, 17, 18, 19}B = {2, 3, 5, 7, 8, 9, 19, 20}|U| = 12
|(A ∩ B′) ∩ (B ∪ A)| =
3.Gemiddeld
Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling (C′ ∩ A′) ∩ (C ∪ B′). Klik op zijn nummer.
(C′ ∩ A′) ∩ (C ∪ B′)
- 1gebied 1
- 2gebied 2
- 3gebied 3
- 4gebied 4
- 5gebied 5
- 6gebied 6
- 7gebied 7
- 8gebied 8
4.Gemiddeld
Elk getal in het venndiagram is het aantal elementen in dat gebied. Bepaal |(B′ ∩ C) ∩ (C − B)|.
|U| = 64
|(B′ ∩ C) ∩ (C − B)| =
5.Moeilijk
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3} en B = {a, b, c, d, e}. Klik op de beschrijving die bij f past.
f = {(1, b), (2, d), (3, c)}
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
6.Moeilijk
Een equivalentierelatie R op {1, …, 6} heeft de klassen {1, 3}, {4}, {2, 5, 6}. Hoeveel geordende paren bevat R? Noem het aantal |R|.
{1, 3}{4}{2, 5, 6}
|R| =
Antwoordenblad
- 1. |B − A| = 3
- 2. |(A ∩ B′) ∩ (B ∪ A)| = 3
- 3. gebied 4
- 4. |(B′ ∩ C) ∩ (C − B)| = 14
- 5. injectief, niet surjectief
- 6. |R| = 14
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.