Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(B − A′)′|, het aantal elementen van (B − A′)′.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {3, 13, 16, 17}B = {3, 8, 13, 16, 19}|U| = 7
|(B − A′)′| =
2.Makkelijk
Laat A = {e, x, y} en B = {1, 2, 3, 4}. Bepaal |A × B|.
A = {e, x, y}B = {1, 2, 3, 4}
|A × B| =
3.Gemiddeld
De relatie R op {1, 2, 3, 4} is getekend als gerichte graaf (een lus betekent (x, x) ∈ R). Precies één van de vier eigenschappen geldt. Klik erop.
R = {(1, 1), (2, 2), (3, 2), (3, 3), (3, 4), (4, 3), (4, 4)}
- 1reflexief
- 2symmetrisch
- 3antisymmetrisch
- 4transitief
4.Gemiddeld
Uit een enquête onder 76 mensen blijkt dat 27 een laptop (L) hebben, 40 een tablet (T) en 31 een smartwatch (W). 16 hebben L en T, 6 hebben L en W, 14 hebben T en W, en 2 hebben alle drie. Hoeveel zitten alleen in L?
|U| = 76
|L − (T ∪ W)| =
5.Moeilijk
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3, 4} en B = {a, b, c, d}. Klik op de beschrijving die bij f past.
f = {(1, a), (2, a), (3, b), (4, c)}
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
6.Moeilijk
Op X = {1, 2, …, 7} geldt de relatie x ~ y als x ≡ y (mod 2). Hoeveel elementen zitten er in de equivalentieklasse [5]?
X = {1, …, 7}x ~ y ⟺ 2 | (x − y)
|[5]| =
Antwoordenblad
- 1. |(B − A′)′| = 4
- 2. |A × B| = 12
- 3. reflexief
- 4. |L − (T ∪ W)| = 7
- 5. geen van beide
- 6. |[5]| = 4
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.