Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |A − B|, het aantal elementen van A − B.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {2, 7, 11, 12, 20}B = {2, 4, 5, 11, 15, 17, 20}|U| = 13
|A − B| =
2.Makkelijk
Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling B ∩ A′. Klik op zijn nummer.
B ∩ A′
- 1gebied 1
- 2gebied 2
- 3gebied 3
- 4gebied 4
3.Gemiddeld
Elk getal in het venndiagram is het aantal elementen in dat gebied. Bepaal |C′ ∩ A′|.
|U| = 56
|C′ ∩ A′| =
4.Gemiddeld
In een groep van 66 studenten spreken er 28 Frans (F), 26 Duits (G) en 34 Spaans (S). 14 spreken Frans en Duits, 11 Frans en Spaans, 13 Duits en Spaans, en 4 spreken alle drie. Hoeveel zitten in geen van de drie verzamelingen?
|U| = 66
|(F ∪ G ∪ S)′| =
5.Moeilijk
De functies f en g op {1, 2, 3, 4, 5} zijn gegeven door hun tabellen. Bepaal (f ∘ g)(5).
f: 1 ↦ 2, 2 ↦ 3, 3 ↦ 2, 4 ↦ 3, 5 ↦ 5g: 1 ↦ 3, 2 ↦ 5, 3 ↦ 5, 4 ↦ 1, 5 ↦ 2
(f ∘ g)(5) =
6.Moeilijk
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3, 4} en B = {a, b}. Klik op de beschrijving die bij f past.
f = {(1, a), (2, b), (3, b), (4, a)}
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
Antwoordenblad
- 1. |A − B| = 2
- 2. gebied 1
- 3. |C′ ∩ A′| = 11
- 4. |(F ∪ G ∪ S)′| = 12
- 5. (f ∘ g)(5) = 3
- 6. surjectief, niet injectief
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.