Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(B′ − A)′|, het aantal elementen van (B′ − A)′.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {12, 13, 18}B = {3, 4, 10, 11, 18}|U| = 8
|(B′ − A)′| =
2.Makkelijk
Hoeveel deelverzamelingen van A = {1, 2, 3, 4, 5} bevatten noch 1 noch 2? Noem het aantal N.
A = {1, 2, 3, 4, 5}
N =
3.Gemiddeld
Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling (A′ − C′) ∩ (B ∩ C). Klik op zijn nummer.
(A′ − C′) ∩ (B ∩ C)
- 1gebied 1
- 2gebied 2
- 3gebied 3
- 4gebied 4
- 5gebied 5
- 6gebied 6
- 7gebied 7
- 8gebied 8
4.Gemiddeld
R = {(1, 3), (2, 2), (2, 3), (2, 4), (3, 1), (3, 3)} is een relatie op {1, 2, 3, 4}. Wat is het kleinste aantal k geordende paren dat aan R moet worden toegevoegd om haar symmetrisch te maken?
R = {(1, 3), (2, 2), (2, 3), (2, 4), (3, 1), (3, 3)}
k =
5.Moeilijk
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3} en B = {a, b, c}. Klik op de beschrijving die bij f past.
f = {(1, c), (2, b), (3, a)}
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
6.Moeilijk
De functies f en g op {1, 2, 3, 4, 5} zijn gegeven door hun tabellen. Bepaal (f ∘ g)(2).
f: 1 ↦ 5, 2 ↦ 2, 3 ↦ 4, 4 ↦ 2, 5 ↦ 5g: 1 ↦ 4, 2 ↦ 5, 3 ↦ 2, 4 ↦ 1, 5 ↦ 4
(f ∘ g)(2) =
Antwoordenblad
- 1. |(B′ − A)′| = 7
- 2. N = 8
- 3. gebied 2
- 4. k = 2
- 5. bijectief
- 6. (f ∘ g)(2) = 5
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.