Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |B′ ∩ A′|, het aantal elementen van B′ ∩ A′.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {1, 10, 11, 14, 20}B = {10, 16, 19}|U| = 11
|B′ ∩ A′| =
2.Makkelijk
Hoeveel deelverzamelingen van A = {1, 2, 3, 4, 5, 6} bevatten het element 5? Noem het aantal N.
A = {1, 2, 3, 4, 5, 6}
N =
3.Gemiddeld
Elk getal in het venndiagram is het aantal elementen in dat gebied. Bepaal |(C ∪ B)′|.
|U| = 59
|(C ∪ B)′| =
4.Gemiddeld
Elk getal in het venndiagram is het aantal elementen in dat gebied. Bepaal |(B − C) ∪ (C ∩ B)|.
|U| = 60
|(B − C) ∪ (C ∩ B)| =
5.Moeilijk
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3, 4, 5} en B = {a, b}. Klik op de beschrijving die bij f past.
f = {(1, b), (2, a), (3, b), (4, b), (5, b)}
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
6.Moeilijk
De functies f en g op {1, 2, 3, 4, 5} zijn gegeven door hun tabellen. Bepaal (f ∘ g)(2).
f: 1 ↦ 5, 2 ↦ 5, 3 ↦ 5, 4 ↦ 1, 5 ↦ 5g: 1 ↦ 4, 2 ↦ 4, 3 ↦ 4, 4 ↦ 3, 5 ↦ 1
(f ∘ g)(2) =
Antwoordenblad
- 1. |B′ ∩ A′| = 4
- 2. N = 32
- 3. |(C ∪ B)′| = 5
- 4. |(B − C) ∪ (C ∩ B)| = 36
- 5. surjectief, niet injectief
- 6. (f ∘ g)(2) = 1
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.