Laat A = {a, x, y} en B = {1, 2, 3}. Bepaal |A × B|.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {a, x, y}B = {1, 2, 3}
|A × B| =
2.Makkelijk
Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A ∩ B) ∪ (A ∩ B′)|, het aantal elementen van (A ∩ B) ∪ (A ∩ B′).
A = {5, 10, 13, 16, 17, 19}B = {1, 4, 10, 12, 17}|U| = 11
|(A ∩ B) ∪ (A ∩ B′)| =
3.Gemiddeld
Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling (A ∩ C) ∩ (B ∩ A). Klik op zijn nummer.
(A ∩ C) ∩ (B ∩ A)
- 1gebied 1
- 2gebied 2
- 3gebied 3
- 4gebied 4
- 5gebied 5
- 6gebied 6
- 7gebied 7
- 8gebied 8
4.Gemiddeld
Elk getal in het venndiagram is het aantal elementen in dat gebied. Bepaal |(C ∪ A)′|.
|U| = 46
|(C ∪ A)′| =
5.Moeilijk
Hoeveel verschillende relaties zijn er op een verzameling met 3 elementen? Noem het aantal N.
|X| = 3
N =
6.Moeilijk
Hoeveel reflexieve relaties zijn er op een verzameling met 3 elementen? Noem het aantal N.
|X| = 3
N =
Antwoordenblad
- 1. |A × B| = 9
- 2. |(A ∩ B) ∪ (A ∩ B′)| = 6
- 3. gebied 5
- 4. |(C ∪ A)′| = 9
- 5. N = 512
- 6. N = 64
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.