Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |B ∪ A|, het aantal elementen van B ∪ A.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {7, 18}B = {1, 3, 18}|U| = 5
|B ∪ A| =
2.Makkelijk
Laat A = {a, b, e, x} en B = {1, 2, 3}. Bepaal |𝒫(A)|.
A = {a, b, e, x}B = {1, 2, 3}
|𝒫(A)| =
3.Gemiddeld
Uit een enquête onder 64 mensen blijkt dat 27 een laptop (L) hebben, 32 een tablet (T) en 31 een smartwatch (W). 13 hebben L en T, 10 hebben L en W, 15 hebben T en W, en 2 hebben alle drie. Hoeveel zitten in precies twee van de drie verzamelingen? Noem het aantal n.
|U| = 64
n =
4.Gemiddeld
Elk getal in het venndiagram is het aantal elementen in dat gebied. Bepaal |(C′ ∪ A) − (B′ − C)|.
|U| = 52
|(C′ ∪ A) − (B′ − C)| =
5.Moeilijk
Op X = {1, 2, …, 12} geldt de relatie x ~ y als x ≡ y (mod 3). Hoeveel elementen zitten er in de equivalentieklasse [2]?
X = {1, …, 12}x ~ y ⟺ 3 | (x − y)
|[2]| =
6.Moeilijk
Hoeveel relaties op een verzameling met 2 elementen zijn zowel reflexief als symmetrisch? Noem het aantal N.
|X| = 2
N =
Antwoordenblad
- 1. |B ∪ A| = 4
- 2. |𝒫(A)| = 16
- 3. n = 32
- 4. |(C′ ∪ A) − (B′ − C)| = 26
- 5. |[2]| = 4
- 6. N = 2
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.