Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A ∩ B)′|, het aantal elementen van (A ∩ B)′.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {1, 3, 19}B = {4, 9, 10, 18, 19}|U| = 8
|(A ∩ B)′| =
2.Makkelijk
Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |A′ ∩ B|, het aantal elementen van A′ ∩ B.
A = {1, 5, 12, 13, 18, 20}B = {5, 17, 18}|U| = 11
|A′ ∩ B| =
3.Gemiddeld
Elk getal in het venndiagram is het aantal elementen in dat gebied. Bepaal |(C − A) ∩ (C ∩ A′)|.
|U| = 72
|(C − A) ∩ (C ∩ A′)| =
4.Gemiddeld
Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling (C ∩ B′) ∩ (A − B). Klik op zijn nummer.
(C ∩ B′) ∩ (A − B)
- 1gebied 1
- 2gebied 2
- 3gebied 3
- 4gebied 4
- 5gebied 5
- 6gebied 6
- 7gebied 7
- 8gebied 8
5.Moeilijk
De functies f en g op {1, 2, 3, 4, 5} zijn gegeven door hun tabellen. Bepaal (f ∘ f)(2).
f: 1 ↦ 1, 2 ↦ 4, 3 ↦ 4, 4 ↦ 2, 5 ↦ 1g: 1 ↦ 3, 2 ↦ 1, 3 ↦ 5, 4 ↦ 3, 5 ↦ 1
(f ∘ f)(2) =
6.Moeilijk
Op X = {1, 2, …, 8} geldt de relatie x ~ y als x ≡ y (mod 5). Hoeveel elementen zitten er in de equivalentieklasse [5]?
X = {1, …, 8}x ~ y ⟺ 5 | (x − y)
|[5]| =
Antwoordenblad
- 1. |(A ∩ B)′| = 7
- 2. |A′ ∩ B| = 1
- 3. |(C − A) ∩ (C ∩ A′)| = 25
- 4. gebied 3
- 5. (f ∘ f)(2) = 2
- 6. |[5]| = 1
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.