Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |B − A|, het aantal elementen van B − A.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {2, 4, 6, 9, 12, 15, 17}B = {4, 12, 15, 17, 18}|U| = 11
|B − A| =
2.Makkelijk
Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A ∩ B′) − (B ∩ A′)|, het aantal elementen van (A ∩ B′) − (B ∩ A′).
A = {3, 11, 13}B = {1, 7, 12, 13}|U| = 7
|(A ∩ B′) − (B ∩ A′)| =
3.Gemiddeld
In een groep van 53 studenten spreken er 18 Frans (F), 31 Duits (G) en 35 Spaans (S). 8 spreken Frans en Duits, 12 Frans en Spaans, 17 Duits en Spaans, en 3 spreken alle drie. Hoeveel zitten alleen in F?
|U| = 53
|F − (G ∪ S)| =
4.Gemiddeld
Elk getal in het venndiagram is het aantal elementen in dat gebied. Bepaal |(C − A′) ∪ (C ∪ B)|.
|U| = 72
|(C − A′) ∪ (C ∪ B)| =
5.Moeilijk
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3, 4} en B = {a, b, c, d, e}. Klik op de beschrijving die bij f past.
f = {(1, a), (2, c), (3, e), (4, b)}
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
6.Moeilijk
Hoeveel bijecties f: A → B zijn er als |A| = |B| = 5? Noem het aantal N.
|A| = 5|B| = 5
N =
Antwoordenblad
- 1. |B − A| = 1
- 2. |(A ∩ B′) − (B ∩ A′)| = 2
- 3. |F − (G ∪ S)| = 1
- 4. |(C − A′) ∪ (C ∪ B)| = 50
- 5. injectief, niet surjectief
- 6. N = 120
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.