Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A ∪ B′) ∩ (A − B)|, het aantal elementen van (A ∪ B′) ∩ (A − B).
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |B ∪ A′|, het aantal elementen van B ∪ A′.
Uit een enquête onder 64 mensen blijkt dat 20 een laptop (L) hebben, 21 een tablet (T) en 30 een smartwatch (W). 2 hebben L en T, 7 hebben L en W, 10 hebben T en W, en 1 hebben alle drie. Hoeveel zitten in geen van de drie verzamelingen?
Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling (A ∩ C) ∩ (A′ ∪ B). Klik op zijn nummer.
- 1gebied 1
- 2gebied 2
- 3gebied 3
- 4gebied 4
- 5gebied 5
- 6gebied 6
- 7gebied 7
- 8gebied 8
Op X = {1, 2, …, 10} geldt de relatie x ~ y als x ≡ y (mod 4). Hoeveel elementen zitten er in de equivalentieklasse [1]?
Op X = {1, 2, …, 6} geldt de relatie R als x ≡ y (mod 3). Hoeveel geordende paren bevat R? Noem het aantal |R|.
Antwoordenblad
- 1. |(A ∪ B′) ∩ (A − B)| = 4
- 2. |B ∪ A′| = 8
- 3. |(L ∪ T ∪ W)′| = 11
- 4. gebied 5
- 5. |[1]| = 3
- 6. |R| = 12
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.