Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |B ∩ A|, het aantal elementen van B ∩ A.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {4, 9, 11, 14, 17}B = {2, 7, 17}|U| = 9
|B ∩ A| =
2.Makkelijk
Hoeveel deelverzamelingen met precies 2 elementen heeft A = {1, 2, 3, 4}? Noem het aantal N.
A = {1, 2, 3, 4}
N =
3.Gemiddeld
De relatie R op {1, 2, 3, 4} is getekend als gerichte graaf (een lus betekent (x, x) ∈ R). Precies één van de vier eigenschappen geldt. Klik erop.
R = {(1, 1), (1, 2), (1, 4), (2, 1), (2, 2), (2, 4), (3, 3)}
- 1reflexief
- 2symmetrisch
- 3antisymmetrisch
- 4transitief
4.Gemiddeld
Elk getal in het venndiagram is het aantal elementen in dat gebied. Bepaal |C ∪ A′|.
|U| = 51
|C ∪ A′| =
5.Moeilijk
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3} en B = {a, b, c}. Klik op de beschrijving die bij f past.
f = {(1, a), (2, b), (3, c)}
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
6.Moeilijk
Op X = {1, 2, …, 13} geldt de relatie x ~ y als x ≡ y (mod 4). Hoeveel elementen zitten er in de equivalentieklasse [2]?
X = {1, …, 13}x ~ y ⟺ 4 | (x − y)
|[2]| =
Antwoordenblad
- 1. |B ∩ A| = 1
- 2. N = 6
- 3. transitief
- 4. |C ∪ A′| = 36
- 5. bijectief
- 6. |[2]| = 3
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.