Hoeveel deelverzamelingen van A = {1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8} bevatten het element 7? Noem het aantal N.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8}
N =
2.Makkelijk
Laat A = {a, x} en B = {1, 2, 3}. Bepaal |𝒫(A)|.
A = {a, x}B = {1, 2, 3}
|𝒫(A)| =
3.Gemiddeld
Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling (B ∩ A) ∩ (A − C). Klik op zijn nummer.
(B ∩ A) ∩ (A − C)
- 1gebied 1
- 2gebied 2
- 3gebied 3
- 4gebied 4
- 5gebied 5
- 6gebied 6
- 7gebied 7
- 8gebied 8
4.Gemiddeld
Van 71 eerstejaarsstudenten slaagden er 34 voor Wiskunde (M), 39 voor Natuurkunde (P) en 9 voor beide. Hoeveel zitten in precies één van de twee verzamelingen?
|U| = 71|M| = 34|P| = 39|M ∩ P| = 9
|(M − P) ∪ (P − M)| =
5.Moeilijk
Hoeveel symmetrische relaties zijn er op een verzameling met 3 elementen? Noem het aantal N.
|X| = 3
N =
6.Moeilijk
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3} en B = {a, b, c, d}. Klik op de beschrijving die bij f past.
f = {(1, d), (2, d), (3, a)}
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
Antwoordenblad
- 1. N = 128
- 2. |𝒫(A)| = 4
- 3. gebied 3
- 4. |(M − P) ∪ (P − M)| = 55
- 5. N = 64
- 6. geen van beide
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.