Hoeveel deelverzamelingen van A = {1, 2, 3, 4, 5, 6} bevatten het element 1? Noem het aantal N.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {1, 2, 3, 4, 5, 6}
N =
2.Makkelijk
Hoeveel deelverzamelingen met precies 3 elementen heeft A = {1, 2, 3, 4, 5, 6, 7}? Noem het aantal N.
A = {1, 2, 3, 4, 5, 6, 7}
N =
3.Gemiddeld
Elk getal in het venndiagram is het aantal elementen in dat gebied. Bepaal |(B′ − C)′|.
|U| = 49
|(B′ − C)′| =
4.Gemiddeld
R = {(1, 2), (2, 1), (3, 1), (3, 4)} is een relatie op {1, 2, 3, 4}. Wat is het kleinste aantal k geordende paren dat aan R moet worden toegevoegd om haar transitief te maken (de grootte van de transitieve afsluiting min |R|)?
R = {(1, 2), (2, 1), (3, 1), (3, 4)}
k =
5.Moeilijk
Op X = {1, 2, …, 12} geldt de relatie x ~ y als x ≡ y (mod 4). Hoeveel elementen zitten er in de equivalentieklasse [3]?
X = {1, …, 12}x ~ y ⟺ 4 | (x − y)
|[3]| =
6.Moeilijk
Een equivalentierelatie R op {1, …, 7} heeft de klassen {2, 5}, {1}, {3, 6}, {4, 7}. Hoeveel geordende paren bevat R? Noem het aantal |R|.
{2, 5}{1}{3, 6}{4, 7}
|R| =
Antwoordenblad
- 1. N = 32
- 2. N = 35
- 3. |(B′ − C)′| = 26
- 4. k = 3
- 5. |[3]| = 3
- 6. |R| = 13
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.