Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A ∩ B) ∩ (B ∩ A)|, het aantal elementen van (A ∩ B) ∩ (B ∩ A).
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling A′ − B. Klik op zijn nummer.
- 1gebied 1
- 2gebied 2
- 3gebied 3
- 4gebied 4
Uit een enquête onder 65 mensen blijkt dat 28 een laptop (L) hebben, 25 een tablet (T) en 27 een smartwatch (W). 8 hebben L en T, 8 hebben L en W, 12 hebben T en W, en 1 hebben alle drie. Hoeveel zitten in precies twee van de drie verzamelingen? Noem het aantal n.
R = {(1, 1), (1, 3), (2, 3), (2, 4), (3, 4), (4, 2)} is een relatie op {1, 2, 3, 4}. Wat is het kleinste aantal k geordende paren dat aan R moet worden toegevoegd om haar transitief te maken (de grootte van de transitieve afsluiting min |R|)?
Op X = {1, 2, …, 12} geldt de relatie R als x ≡ y (mod 4). Hoeveel geordende paren bevat R? Noem het aantal |R|.
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3} en B = {a, b, c, d}. Klik op de beschrijving die bij f past.
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
Antwoordenblad
- 1. |(A ∩ B) ∩ (B ∩ A)| = 2
- 2. gebied 3
- 3. n = 25
- 4. k = 7
- 5. |R| = 36
- 6. geen van beide
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.