Laat A = {b, e, x} en B = {1, 2}. Bepaal |A × B|.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
Hoeveel deelverzamelingen van A = {1, 2, 3, 4} bevatten het element 3? Noem het aantal N.
Uit een enquête onder 59 mensen blijkt dat 27 een laptop (L) hebben, 33 een tablet (T) en 25 een smartwatch (W). 14 hebben L en T, 12 hebben L en W, 11 hebben T en W, en 6 hebben alle drie. Hoeveel zitten in geen van de drie verzamelingen?
R = {(2, 3), (2, 4), (3, 3)} is een relatie op {1, 2, 3, 4}. Wat is het kleinste aantal k geordende paren dat aan R moet worden toegevoegd om haar symmetrisch te maken?
Op X = {1, 2, …, 7} geldt de relatie R als x ≡ y (mod 4). Hoeveel geordende paren bevat R? Noem het aantal |R|.
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3} en B = {a, b, c}. Klik op de beschrijving die bij f past.
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
Antwoordenblad
- 1. |A × B| = 6
- 2. N = 8
- 3. |(L ∪ T ∪ W)′| = 5
- 4. k = 2
- 5. |R| = 13
- 6. geen van beide
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.