Laat A = {b, d, x, y} en B = {1, 2, 3}. Bepaal |A × B|.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A − B′) ∩ (B ∩ A)|, het aantal elementen van (A − B′) ∩ (B ∩ A).
Uit een enquête onder 45 mensen blijkt dat 34 een laptop (L) hebben, 27 een tablet (T) en 17 een smartwatch (W). 18 hebben L en T, 8 hebben L en W, 13 hebben T en W, en 5 hebben alle drie. Hoeveel zitten in geen van de drie verzamelingen?
Van 49 eerstejaarsstudenten slaagden er 27 voor Wiskunde (M), 29 voor Natuurkunde (P) en 14 voor beide. Hoeveel zitten in M maar niet in P?
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3, 4} en B = {a, b, c, d}. Klik op de beschrijving die bij f past.
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3} en B = {a, b, c}. Klik op de beschrijving die bij f past.
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
Antwoordenblad
- 1. |A × B| = 12
- 2. |(A − B′) ∩ (B ∩ A)| = 3
- 3. |(L ∪ T ∪ W)′| = 1
- 4. |M − P| = 13
- 5. geen van beide
- 6. bijectief
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.