Hoeveel deelverzamelingen van A = {1, 2, 3, 4} bevatten het element 3? Noem het aantal N.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {1, 2, 3, 4}
N =
2.Makkelijk
Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling A ∩ B′. Klik op zijn nummer.
A ∩ B′
- 1gebied 1
- 2gebied 2
- 3gebied 3
- 4gebied 4
3.Gemiddeld
Van 35 eerstejaarsstudenten slaagden er 23 voor Wiskunde (M), 10 voor Natuurkunde (P) en 5 voor beide. Hoeveel zitten in geen van beide verzamelingen?
|U| = 35|M| = 23|P| = 10|M ∩ P| = 5
|(M ∪ P)′| =
4.Gemiddeld
Uit een enquête onder 52 mensen blijkt dat 21 een laptop (L) hebben, 34 een tablet (T) en 6 beide. Hoeveel zitten in precies één van de twee verzamelingen?
|U| = 52|L| = 21|T| = 34|L ∩ T| = 6
|(L − T) ∪ (T − L)| =
5.Moeilijk
De bijectie f op {1, 2, 3, 4, 5} is gegeven door haar tabel. Bepaal f−1(5).
f: 1 ↦ 2, 2 ↦ 3, 3 ↦ 5, 4 ↦ 4, 5 ↦ 1
f−1(5) =
6.Moeilijk
Op X = {1, 2, …, 8} geldt de relatie R als x ≡ y (mod 4). Hoeveel geordende paren bevat R? Noem het aantal |R|.
X = {1, …, 8}x R y ⟺ 4 | (x − y)
|R| =
Antwoordenblad
- 1. N = 8
- 2. gebied 3
- 3. |(M ∪ P)′| = 7
- 4. |(L − T) ∪ (T − L)| = 43
- 5. f−1(5) = 3
- 6. |R| = 16
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.