Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A ∩ B′) ∩ (A − B)|, het aantal elementen van (A ∩ B′) ∩ (A − B).
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {8, 14, 16, 18}B = {1, 8, 10, 15, 20}|U| = 12
|(A ∩ B′) ∩ (A − B)| =
2.Makkelijk
Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A ∪ B) ∩ (A′ ∪ B)|, het aantal elementen van (A ∪ B) ∩ (A′ ∪ B).
A = {1, 2, 5, 9, 11}B = {7, 10, 11, 12}|U| = 9
|(A ∪ B) ∩ (A′ ∪ B)| =
3.Gemiddeld
Uit een enquête onder 54 mensen blijkt dat 40 een laptop (L) hebben, 20 een tablet (T) en 11 beide. Hoeveel zitten in geen van beide verzamelingen?
|U| = 54|L| = 40|T| = 20|L ∩ T| = 11
|(L ∪ T)′| =
4.Gemiddeld
Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling (A′ − C) ∩ (A′ − B). Klik op zijn nummer.
(A′ − C) ∩ (A′ − B)
- 1gebied 1
- 2gebied 2
- 3gebied 3
- 4gebied 4
- 5gebied 5
- 6gebied 6
- 7gebied 7
- 8gebied 8
5.Moeilijk
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3, 4} en B = {a, b}. Klik op de beschrijving die bij f past.
f = {(1, a), (2, b), (3, a), (4, a)}
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
6.Moeilijk
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3} en B = {a, b, c, d}. Klik op de beschrijving die bij f past.
f = {(1, c), (2, b), (3, c)}
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
Antwoordenblad
- 1. |(A ∩ B′) ∩ (A − B)| = 3
- 2. |(A ∪ B) ∩ (A′ ∪ B)| = 4
- 3. |(L ∪ T)′| = 5
- 4. gebied 4
- 5. surjectief, niet injectief
- 6. geen van beide
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.