Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(B ∩ A′)′|, het aantal elementen van (B ∩ A′)′.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {2, 7}B = {1, 5, 6, 7, 16}|U| = 10
|(B ∩ A′)′| =
2.Makkelijk
Laat A = {a, c} en B = {1, 2}. Bepaal |𝒫(A)|.
A = {a, c}B = {1, 2}
|𝒫(A)| =
3.Gemiddeld
Uit een enquête onder 60 mensen blijkt dat 41 een laptop (L) hebben, 34 een tablet (T) en 30 een smartwatch (W). 18 hebben L en T, 15 hebben L en W, 20 hebben T en W, en 6 hebben alle drie. Hoeveel zitten in geen van de drie verzamelingen?
|U| = 60
|(L ∪ T ∪ W)′| =
4.Gemiddeld
Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling (A ∩ C) − (B ∩ A). Klik op zijn nummer.
(A ∩ C) − (B ∩ A)
- 1gebied 1
- 2gebied 2
- 3gebied 3
- 4gebied 4
- 5gebied 5
- 6gebied 6
- 7gebied 7
- 8gebied 8
5.Moeilijk
De functies f en g op {1, 2, 3, 4, 5} zijn gegeven door hun tabellen. Bepaal (f ∘ g)(2).
f: 1 ↦ 5, 2 ↦ 5, 3 ↦ 4, 4 ↦ 2, 5 ↦ 1g: 1 ↦ 1, 2 ↦ 5, 3 ↦ 1, 4 ↦ 2, 5 ↦ 2
(f ∘ g)(2) =
6.Moeilijk
Op X = {1, 2, …, 9} geldt de relatie x ~ y als x ≡ y (mod 2). Hoeveel elementen zitten er in de equivalentieklasse [1]?
X = {1, …, 9}x ~ y ⟺ 2 | (x − y)
|[1]| =
Antwoordenblad
- 1. |(B ∩ A′)′| = 6
- 2. |𝒫(A)| = 4
- 3. |(L ∪ T ∪ W)′| = 2
- 4. gebied 5
- 5. (f ∘ g)(2) = 1
- 6. |[1]| = 5
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.