Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling B − A. Klik op zijn nummer.
- 1gebied 1
- 2gebied 2
- 3gebied 3
- 4gebied 4
Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling B − A. Klik op zijn nummer.
Hoeveel deelverzamelingen met precies 3 elementen heeft A = {1, 2, 3, 4, 5}? Noem het aantal N.
Uit een enquête onder 70 mensen blijkt dat 29 een laptop (L) hebben, 32 een tablet (T) en 2 beide. Hoeveel zitten in geen van beide verzamelingen?
Elk getal in het venndiagram is het aantal elementen in dat gebied. Bepaal |A ∩ B|.
Hoeveel bijecties f: A → B zijn er als |A| = |B| = 3? Noem het aantal N.
Hoeveel bijecties f: A → B zijn er als |A| = |B| = 6? Noem het aantal N.
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.