Hoeveel deelverzamelingen met precies 4 elementen heeft A = {1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8}? Noem het aantal N.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A ∩ B) ∩ (B ∩ A)|, het aantal elementen van (A ∩ B) ∩ (B ∩ A).
De relatie R op {1, 2, 3, 4} is getekend als gerichte graaf (een lus betekent (x, x) ∈ R). Precies één van de vier eigenschappen geldt. Klik erop.
- 1reflexief
- 2symmetrisch
- 3antisymmetrisch
- 4transitief
Uit een enquête onder 60 mensen blijkt dat 36 een laptop (L) hebben, 32 een tablet (T) en 13 beide. Hoeveel zitten in L maar niet in T?
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3, 4} en B = {a, b, c}. Klik op de beschrijving die bij f past.
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
Een equivalentierelatie R op {1, …, 8} heeft de klassen {5, 7}, {1, 6, 8}, {2, 4}, {3}. Hoeveel geordende paren bevat R? Noem het aantal |R|.
Antwoordenblad
- 1. N = 70
- 2. |(A ∩ B) ∩ (B ∩ A)| = 2
- 3. symmetrisch
- 4. |L − T| = 23
- 5. surjectief, niet injectief
- 6. |R| = 18
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.