Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(B ∪ A) ∩ (B ∩ A)|, het aantal elementen van (B ∪ A) ∩ (B ∩ A).
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A ∩ B)′|, het aantal elementen van (A ∩ B)′.
R = {(1, 2), (1, 3), (2, 2), (2, 3), (3, 2)} is een relatie op {1, 2, 3}. Wat is het kleinste aantal k geordende paren dat aan R moet worden toegevoegd om haar transitief te maken (de grootte van de transitieve afsluiting min |R|)?
In een groep van 82 studenten spreken er 42 Frans (F), 32 Duits (G) en 35 Spaans (S). 18 spreken Frans en Duits, 16 Frans en Spaans, 10 Duits en Spaans, en 5 spreken alle drie. Hoeveel zitten in precies twee van de drie verzamelingen? Noem het aantal n.
Hoeveel functies f: A → B zijn er als |A| = 5 en |B| = 5? Noem het aantal N.
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3, 4, 5} en B = {a, b}. Klik op de beschrijving die bij f past.
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
Antwoordenblad
- 1. |(B ∪ A) ∩ (B ∩ A)| = 1
- 2. |(A ∩ B)′| = 7
- 3. k = 1
- 4. n = 29
- 5. N = 3125
- 6. surjectief, niet injectief
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.