Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A ∪ B′) − (A ∩ B)|, het aantal elementen van (A ∪ B′) − (A ∩ B).
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {4, 6, 8, 11, 20}B = {6, 8, 11, 14, 15, 20}|U| = 8
|(A ∪ B′) − (A ∩ B)| =
2.Makkelijk
Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling B − A′. Klik op zijn nummer.
B − A′
- 1gebied 1
- 2gebied 2
- 3gebied 3
- 4gebied 4
3.Gemiddeld
In een groep van 41 studenten spreken er 25 Frans (F), 14 Duits (G) en 2 beide. Hoeveel zitten in F maar niet in G?
|U| = 41|F| = 25|G| = 14|F ∩ G| = 2
|F − G| =
4.Gemiddeld
Uit een enquête onder 61 mensen blijkt dat 23 een laptop (L) hebben, 25 een tablet (T) en 23 een smartwatch (W). 7 hebben L en T, 5 hebben L en W, 11 hebben T en W, en 2 hebben alle drie. Hoeveel zitten in precies twee van de drie verzamelingen? Noem het aantal n.
|U| = 61
n =
5.Moeilijk
Hoeveel symmetrische relaties zijn er op een verzameling met 3 elementen? Noem het aantal N.
|X| = 3
N =
6.Moeilijk
De bijectie f op {1, 2, 3, 4, 5} is gegeven door haar tabel. Bepaal f−1(5).
f: 1 ↦ 3, 2 ↦ 4, 3 ↦ 2, 4 ↦ 5, 5 ↦ 1
f−1(5) =
Antwoordenblad
- 1. |(A ∪ B′) − (A ∩ B)| = 2
- 2. gebied 3
- 3. |F − G| = 23
- 4. n = 17
- 5. N = 64
- 6. f−1(5) = 4
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.