Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A ∩ B) ∩ (B ∩ A)|, het aantal elementen van (A ∩ B) ∩ (B ∩ A).
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A ∩ B) − (A′ ∩ B)|, het aantal elementen van (A ∩ B) − (A′ ∩ B).
De relatie R op {1, 2, 3, 4} is getekend als gerichte graaf (een lus betekent (x, x) ∈ R). Precies één van de vier eigenschappen geldt. Klik erop.
- 1reflexief
- 2symmetrisch
- 3antisymmetrisch
- 4transitief
R = {(1, 1), (1, 3), (2, 1), (3, 1), (3, 3), (3, 4), (4, 1), (4, 3)} is een relatie op {1, 2, 3, 4}. Wat is het kleinste aantal k geordende paren dat aan R moet worden toegevoegd om haar symmetrisch te maken?
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3, 4} en B = {a, b, c, d}. Klik op de beschrijving die bij f past.
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
Een equivalentierelatie R op {1, …, 6} heeft de klassen {2, 4, 6}, {3, 5}, {1}. Hoeveel geordende paren bevat R? Noem het aantal |R|.
Antwoordenblad
- 1. |(A ∩ B) ∩ (B ∩ A)| = 3
- 2. |(A ∩ B) − (A′ ∩ B)| = 2
- 3. reflexief
- 4. k = 2
- 5. bijectief
- 6. |R| = 14
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.