Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |A ∩ B′|, het aantal elementen van A ∩ B′.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
Hoeveel deelverzamelingen van A = {1, 2, 3, 4, 5, 6} bevatten noch 2 noch 3? Noem het aantal N.
Van 60 eerstejaarsstudenten slaagden er 36 voor Wiskunde (M), 29 voor Natuurkunde (P) en 14 voor Scheikunde (C). 17 slaagden voor M en P, 8 voor M en C, 4 voor P en C, en 3 voor alle drie. Hoeveel zitten in geen van de drie verzamelingen?
Uit een enquête onder 40 mensen blijkt dat 22 een laptop (L) hebben, 22 een tablet (T) en 14 een smartwatch (W). 7 hebben L en T, 2 hebben L en W, 11 hebben T en W, en 1 hebben alle drie. Hoeveel zitten alleen in L?
Een equivalentierelatie R op {1, …, 7} heeft de klassen {7}, {3}, {2, 4, 6}, {1, 5}. Hoeveel geordende paren bevat R? Noem het aantal |R|.
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3, 4} en B = {a, b, c, d}. Klik op de beschrijving die bij f past.
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
Antwoordenblad
- 1. |A ∩ B′| = 1
- 2. N = 16
- 3. |(M ∪ P ∪ C)′| = 7
- 4. |L − (T ∪ W)| = 14
- 5. |R| = 15
- 6. bijectief
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.