Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |B′ ∪ A′|, het aantal elementen van B′ ∪ A′.
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {1, 3, 10, 13}B = {1, 8, 14, 18}|U| = 8
|B′ ∪ A′| =
2.Makkelijk
Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |A ∩ B|, het aantal elementen van A ∩ B.
A = {3, 6, 10, 16}B = {3, 10, 11, 16}|U| = 9
|A ∩ B| =
3.Gemiddeld
Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling (C′ − A) − (B ∪ C). Klik op zijn nummer.
(C′ − A) − (B ∪ C)
- 1gebied 1
- 2gebied 2
- 3gebied 3
- 4gebied 4
- 5gebied 5
- 6gebied 6
- 7gebied 7
- 8gebied 8
4.Gemiddeld
Van 66 eerstejaarsstudenten slaagden er 35 voor Wiskunde (M), 29 voor Natuurkunde (P) en 35 voor Scheikunde (C). 12 slaagden voor M en P, 11 voor M en C, 13 voor P en C, en 2 voor alle drie. Hoeveel zitten alleen in M?
|U| = 66
|M − (P ∪ C)| =
5.Moeilijk
Het pijlendiagram toont een functie f: A → B met A = {1, 2, 3} en B = {a, b}. Klik op de beschrijving die bij f past.
f = {(1, b), (2, b), (3, a)}
- 1injectief, niet surjectief
- 2surjectief, niet injectief
- 3bijectief
- 4geen van beide
6.Moeilijk
Hoeveel verschillende relaties zijn er op een verzameling met 2 elementen? Noem het aantal N.
|X| = 2
N =
Antwoordenblad
- 1. |B′ ∪ A′| = 7
- 2. |A ∩ B| = 3
- 3. gebied 4
- 4. |M − (P ∪ C)| = 14
- 5. surjectief, niet injectief
- 6. N = 16
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.