Het venndiagram toont elk element van de universele verzameling U en van de verzamelingen A en B. Bepaal |(A′ ∪ B) ∩ (A ∩ B)|, het aantal elementen van (A′ ∪ B) ∩ (A ∩ B).
Werkblad Verzamelingen, relaties & functies met antwoorden
1.Makkelijk
A = {2, 5, 13, 17, 18}B = {5, 6, 10, 12, 13}|U| = 11
|(A′ ∪ B) ∩ (A ∩ B)| =
2.Makkelijk
Hoeveel echte deelverzamelingen heeft A = {1, 2, 3, 4} (deelverzamelingen anders dan A zelf)? Noem het aantal N.
A = {1, 2, 3, 4}
N =
3.Gemiddeld
Precies één gebied van het venndiagram is de verzameling (B ∩ A′) ∩ (A ∪ C). Klik op zijn nummer.
(B ∩ A′) ∩ (A ∪ C)
- 1gebied 1
- 2gebied 2
- 3gebied 3
- 4gebied 4
- 5gebied 5
- 6gebied 6
- 7gebied 7
- 8gebied 8
4.Gemiddeld
Uit een enquête onder 66 mensen blijkt dat 21 een laptop (L) hebben, 40 een tablet (T) en 10 beide. Hoeveel zitten in L maar niet in T?
|U| = 66|L| = 21|T| = 40|L ∩ T| = 10
|L − T| =
5.Moeilijk
Hoeveel antisymmetrische relaties zijn er op een verzameling met 2 elementen? Noem het aantal N.
|X| = 2
N =
6.Moeilijk
Hoeveel verschillende relaties zijn er op een verzameling met 4 elementen? Noem het aantal N.
|X| = 4
N =
Antwoordenblad
- 1. |(A′ ∪ B) ∩ (A ∩ B)| = 2
- 2. N = 15
- 3. gebied 7
- 4. |L − T| = 11
- 5. N = 12
- 6. N = 65536
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.