Een massa van 2,7 kg aan een veer rekt die 9 cm uit. Gebruik g = 9,81 m/s². De massa wordt daarna een stukje omlaag getrokken en losgelaten. Vind de trillingstijd T.
Werkblad Veren en slingers met antwoorden
Een massa van 0,5 kg aan een veer trilt met een trillingstijd van 2,4 s. Vind de veerconstante k.
Hoe lang moet een mathematische slinger zijn om een slingertijd van 1,3 s te hebben? Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken L.
Een mathematische slinger heeft een lengte van 0,5 m. Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken de slingertijd T bij kleine uitwijkingen.
Een kogel van 15 g die met 300 m/s beweegt, treft een blok van 0,5 kg dat op een wrijvingsloos oppervlak ligt en blijft erin steken. Het blok is bevestigd aan een horizontale veer met k = 600 N/m. Vind de amplitude A van de trilling die ontstaat, in cm.
Een massa van 2 kg wordt aan het onderste uiteinde van een onbelaste verticale veer met k = 430 N/m gehangen en vanuit rust losgelaten. Gebruik g = 9,81 m/s². Vind de grootste snelheid vmax van de massa.
Antwoordenblad
- 1. T = 0,6018 s
- 2. k = 3,427 N/m
- 3. L = 0,4199 m
- 4. T = 1,419 s
- 5. A = 25,6 cm
- 6. vmax = 0,669 m/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.