Een massa van 1,1 kg aan een veer trilt met een trillingstijd van 1,35 s. Vind de veerconstante k.
Werkblad Veren en slingers met antwoorden
Een massa van 1,2 kg aan een veer met veerconstante 310 N/m trilt op een wrijvingsloos oppervlak. Bereken de trillingstijd T.
Hoe lang moet een mathematische slinger zijn om een slingertijd van 1,5 s te hebben? Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken L.
Hoe lang moet een mathematische slinger zijn om een slingertijd van 0,9 s te hebben? Gebruik g = 9,81 m/s². Bereken L.
Een kogel van 12 g die met 300 m/s beweegt, treft een blok van 2,5 kg dat op een wrijvingsloos oppervlak ligt en blijft erin steken. Het blok is bevestigd aan een horizontale veer met k = 600 N/m. Vind de amplitude A van de trilling die ontstaat, in cm.
Een kogel van 8 g die met 500 m/s beweegt, treft een blok van 2,5 kg dat op een wrijvingsloos oppervlak ligt en blijft erin steken. Het blok is bevestigd aan een horizontale veer met k = 1100 N/m. Vind de amplitude A van de trilling die ontstaat, in cm.
Antwoordenblad
- 1. k = 23,83 N/m
- 2. T = 0,3909 s
- 3. L = 0,5591 m
- 4. L = 0,2013 m
- 5. A = 9,273 cm
- 6. A = 7,616 cm
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.