Op t = 0 wordt een stap aangelegd op een eerste-ordeproces. De uitgang begint op 0 en komt tot rust op 20. Op t = 10 s is hij 14. Bepaal de tijdconstante τ.
Werkblad Stapresponsie met antwoorden
Een eerste-ordesysteem G(s) = 5/(0,2s + 1) krijgt op t = 0 een stapingang van grootte 1, vanuit rust. Bepaal de uitgang y(0,14) op t = 0,14 s.
Een systeem heeft de overdrachtsfunctie G(s) = 26/(s² + 7s + 26) en krijgt een eenheidsstap als ingang. Bepaal de eigenfrequentie ωn in rad/s.
Een systeem heeft de overdrachtsfunctie G(s) = 48,5/(s² + 7s + 97) en krijgt een eenheidsstap als ingang. Bepaal de piektijd tp van de stapresponsie.
Een massa m = 20 kg hangt aan een veer k = 5000 N/m met een viskeuze demper c = 95 N·s/m (m·x″ + c·x′ + k·x = F). In rust in evenwicht wordt plotseling een constante kracht F = 100 N aangelegd. Bepaal het tijdstip tp waarop de uitwijking het grootst is.
De stapresponsie van een tweede-ordesysteem zonder nullen toont 12 % overshoot, en de eerste piek treedt op bij t = 0,2 s. Bepaal de eigenfrequentie ωn.
Antwoordenblad
- 1. τ = 8,306 s
- 2. y(0.14) = 2,517
- 3. ωn = 5,099 rad/s
- 4. tp = 0,3413 s
- 5. tp = 0,201 s
- 6. ωn = 18,95 rad/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.