Een geluidsgolf in water heeft een frequentie van 100 Hz en plant zich voort met 1480 m/s. Bepaal zijn golflengte λ.
Werkblad Golven, geluid & optica met antwoorden
1.Makkelijk
f = 100 Hzv = 1480 m/s
λ = m
2.Makkelijk
Een geluidsgolf in lucht heeft een frequentie van 100 Hz en een golflengte van 3,43 m. Bepaal zijn snelheid v.
f = 100 Hzλ = 3,43 m
v = m/s
3.Gemiddeld
Een kleine bron zendt geluid gelijkmatig in alle richtingen uit. Het niveau is 80 dB op 2 m ervan. Bepaal het niveau β2 op 10 m, zonder absorptie en reflecties.
β1 = 80 dBr1 = 2 mr2 = 10 m
β2 = dB
4.Gemiddeld
Een bron van 1200 Hz beweegt met 30 m/s van een stilstaande waarnemer af. De geluidssnelheid is 343 m/s. Bepaal de frequentie f′ die de waarnemer hoort.
f = 1200 Hzv = 343 m/svs = 30 m/s
f′ = Hz
5.Moeilijk
Een glasvezel heeft een kern met n₁ = 1,55 en een mantel met n₂ = 1,47. Bepaal zijn numerieke apertuur NA.
n1 = 1,55n2 = 1,47
NA =
6.Moeilijk
Licht met golflengte 656 nm valt loodrecht op een tralie met 400 lijnen per millimeter. Bepaal de hoek θ2 van het maximum van orde 2.
N = 400 mm⁻¹λ = 656 nmm = 2
θ2 = °
Antwoordenblad
- 1. λ = 14,8 m
- 2. v = 343 m/s
- 3. β2 = 66,02 dB
- 4. f′ = 1103 Hz
- 5. NA = 0,4915
- 6. θ2 = 31,65 °
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.