De brug van Wheatstone in het schema is in evenwicht: de galvanometer wijst nul aan. R₁ = 20 Ω, R₂ = 60 Ω en R₃ = 600 Ω. Bepaal de onbekende weerstand R4.
Werkblad Brug van Wheatstone en rekstrookjes met antwoorden
De brug van Wheatstone in het schema is in evenwicht: de galvanometer wijst nul aan. R₁ = 10 Ω, R₂ = 10 Ω en R₃ = 50 Ω. Bepaal de onbekende weerstand R4.
Bepaal de Thévenin-weerstand Rth van de getoonde brug, gezien vanaf de uitgangsklemmen a en b.
Een brug heeft vier armen van 200 Ω en Vs = 9 V. De sensor R₂ neemt toe met ΔR = 1,6 Ω. Bepaal met de benadering voor kleine veranderingen de uitgang Vab in mV.
Een kwartbrug (één actief rekstrookje, GF = 2,05) wordt bekrachtigd met 5 V. De grootste te meten rek is 1200 µε, en die moet 3,3 V geven aan de ingang van een analoog-digitaalomzetter. Bepaal de versterking G van de versterker.
Een brug met armen van 1000 Ω wordt bekrachtigd met 5 V en heeft vier actieve rekstrookjes, twee op trek en twee op druk (volle brug). De k-factor is 2,05 en de rek is 1000 µε. Bepaal de uitgang Vo van de brug in mV.
Antwoordenblad
- 1. R4 = 1800 Ω
- 2. R4 = 50 Ω
- 3. Rth = 54,49 Ω
- 4. Vab = 18 mV
- 5. G = 1073
- 6. Vo = 10,25 mV
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.