De brug van Wheatstone in het schema wordt in evenwicht gebracht door R₃ af te regelen. R₁ = 150 Ω, R₂ = 500 Ω en R₄ = 1000 Ω. Bepaal de instelling R3.
Werkblad Brug van Wheatstone en rekstrookjes met antwoorden
De brug van Wheatstone in het schema is in evenwicht: de galvanometer wijst nul aan. R₁ = 50 Ω, R₂ = 800 Ω en R₃ = 100 Ω. Bepaal de onbekende weerstand R4.
Bepaal de Thévenin-weerstand Rth van de getoonde brug, gezien vanaf de uitgangsklemmen a en b.
Een galvanometer met een weerstand van 50 Ω is aangesloten tussen a en b van de getoonde brug (Vs = 6 V). Bepaal de galvanometerstroom Ig van a naar b, in µA.
Een brug met armen van 350 Ω wordt bekrachtigd met 5 V en heeft twee actieve rekstrookjes in naburige armen, één op trek en één op druk (halve brug). De k-factor is 2 en de rek is 250 µε. Bepaal de uitgang Vo van de brug in mV.
Een brug met armen van 1000 Ω wordt bekrachtigd met 10 V en heeft twee actieve rekstrookjes in naburige armen, één op trek en één op druk (halve brug). De k-factor is 2 en de rek is 800 µε. Bepaal de uitgang Vo van de brug in mV.
Antwoordenblad
- 1. R3 = 300 Ω
- 2. R4 = 1600 Ω
- 3. Rth = 300 Ω
- 4. Ig = 31280 µA
- 5. Vo = 1,25 mV
- 6. Vo = 8 mV
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.