Werkblad Brug van Wheatstone en rekstrookjes met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Brug van Wheatstone en rekstrookjes: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
+−10 VR1​ = 80 ΩR2​ = 250 ΩR3​ = 400 ΩR4​ = ?abG0

De brug van Wheatstone in het schema is in evenwicht: de galvanometer wijst nul aan. R₁ = 80 Ω, R₂ = 250 Ω en R₃ = 400 Ω. Bepaal de onbekende weerstand R4.

R1 = 80 ΩR2 = 250 ΩR3 = 400 Ω
R4 = Ω
2.Makkelijk
+−9 VR1​ = 250 ΩR2​ = 80 ΩR3​ = ?R4​ = 80 ΩabG0

De brug van Wheatstone in het schema wordt in evenwicht gebracht door R₃ af te regelen. R₁ = 250 Ω, R₂ = 80 Ω en R₄ = 80 Ω. Bepaal de instelling R3.

R1 = 250 ΩR2 = 80 ΩR4 = 80 Ω
R3 = Ω
3.Gemiddeld
+−2 VR1​ = 120 ΩR2​ = 150 ΩR3​ = 100 ΩR4​ = 40 Ωab+−Rth​ = ?

Bepaal de Thévenin-weerstand Rth van de getoonde brug, gezien vanaf de uitgangsklemmen a en b.

Vs = 2 VR1 = 120 ΩR2 = 150 ΩR3 = 100 ΩR4 = 40 Ω
Rth = Ω
4.Gemiddeld
+−15 VR1​ = 80 ΩR2​ = 40 ΩR3​ = 500 ΩR4​ = 400 ΩabGRg​ = 200 Ω

Een galvanometer met een weerstand van 200 Ω is aangesloten tussen a en b van de getoonde brug (Vs = 15 V). Bepaal de galvanometerstroom Ig van a naar b, in µA.

Vs = 15 VR1 = 80 ΩR2 = 40 ΩR3 = 500 ΩR4 = 400 ΩRg = 200 Ω
Ig = µA
5.Moeilijk
+−12 V120 Ω − ΔR120 Ω + ΔR120 Ω + ΔR120 Ω − ΔRab+−Vo​ = ?

Een weegcel (een volle brug van rekstrookjes) heeft een nominale uitgang van 2,5 mV/V bij zijn nominale belasting van 100 kg. Hij wordt bekrachtigd met 12 V. Bepaal zijn uitgang Vo bij een belasting van 40 kg.

2,5 mV/VFrated = 100 kgVs = 12 VF = 40 kg
Vo = mV
6.Moeilijk
+−10 V350 Ω350 Ω + ΔR350 Ω350 Ωab+−Vo​

Een kwartbrug (één actief rekstrookje, GF = 2,12) wordt bekrachtigd met 10 V. De grootste te meten rek is 1000 µε, en die moet 10 V geven aan de ingang van een analoog-digitaalomzetter. Bepaal de versterking G van de versterker.

Vs = 10 VGF = 2,12εmax = 1000 µεVFS = 10 V
G =

Antwoordenblad

  1. 1. R4 = 1250 Ω
  2. 2. R3 = 250 Ω
  3. 3. Rth = 95,24 Ω
  4. 4. Ig = −3713 µA
  5. 5. Vo = 12 mV
  6. 6. G = 1887

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.