Bepaal de onbelaste uitgangsspanning Vab = Va − Vb van de getoonde brug, met Vs = 5 V.
Werkblad Brug van Wheatstone en rekstrookjes met antwoorden
De brug van Wheatstone in het schema wordt in evenwicht gebracht door R₃ af te regelen. R₁ = 120 Ω, R₂ = 200 Ω en R₄ = 300 Ω. Bepaal de instelling R3.
Een rekstrookje van 300 Ω is één arm (R₂) van een brug met vier gelijke armen van 300 Ω en een bekrachtiging van 2 V. Bepaal het vermogen Pg dat in het rekstrookje wordt gedissipeerd, in mW. Zelfopwarming beperkt de bekrachtiging.
Een galvanometer met een weerstand van 50 Ω is aangesloten tussen a en b van de getoonde brug (Vs = 10 V). Bepaal de galvanometerstroom Ig van a naar b, in µA.
Een rekstrookje (GF = 2) op een constructiedeel met E = 210 GPa vormt een kwartbrug die wordt bekrachtigd met 5 V. De uitgang geeft 0,5 mV. Bepaal de axiale spanning σ in MPa.
Een kwartbrug (één actief rekstrookje, GF = 2) wordt bekrachtigd met 10 V. De grootste te meten rek is 400 µε, en die moet 2,5 V geven aan de ingang van een analoog-digitaalomzetter. Bepaal de versterking G van de versterker.
Antwoordenblad
- 1. Vab = 2,035 V
- 2. R3 = 180 Ω
- 3. Pg = 3,333 mW
- 4. Ig = 17606 µA
- 5. σ = 42 MPa
- 6. G = 1250
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.