De brug van Wheatstone in het schema wordt in evenwicht gebracht door R₃ af te regelen. R₁ = 800 Ω, R₂ = 1000 Ω en R₄ = 250 Ω. Bepaal de instelling R3.
Werkblad Brug van Wheatstone en rekstrookjes met antwoorden
De brug van Wheatstone in het schema wordt in evenwicht gebracht door R₃ af te regelen. R₁ = 50 Ω, R₂ = 50 Ω en R₄ = 1000 Ω. Bepaal de instelling R3.
Een brug heeft vier armen van 200 Ω en Vs = 15 V. De sensor R₂ neemt toe met ΔR = 40 Ω. Bepaal de exacte uitgang Vab in mV.
Een galvanometer met een weerstand van 500 Ω is aangesloten tussen a en b van de getoonde brug (Vs = 12 V). Bepaal de galvanometerstroom Ig van a naar b, in µA.
Een rekstrookje (GF = 2) op een constructiedeel met E = 110 GPa vormt een kwartbrug die wordt bekrachtigd met 10 V. De uitgang geeft 1 mV. Bepaal de axiale spanning σ in MPa.
Een rekstrookje (GF = 2) op een constructiedeel met E = 210 GPa vormt een kwartbrug die wordt bekrachtigd met 5 V. De uitgang geeft 2,5 mV. Bepaal de axiale spanning σ in MPa.
Antwoordenblad
- 1. R3 = 200 Ω
- 2. R3 = 1000 Ω
- 3. Vab = 681,8 mV
- 4. Ig = 786 µA
- 5. σ = 22 MPa
- 6. σ = 210 MPa
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.