De brug van Wheatstone in het schema wordt in evenwicht gebracht door R₃ af te regelen. R₁ = 250 Ω, R₂ = 40 Ω en R₄ = 50 Ω. Bepaal de instelling R3.
Werkblad Brug van Wheatstone en rekstrookjes met antwoorden
De brug van Wheatstone in het schema wordt in evenwicht gebracht door R₃ af te regelen. R₁ = 60 Ω, R₂ = 80 Ω en R₄ = 20 Ω. Bepaal de instelling R3.
Een brug heeft vier armen van 350 Ω en Vs = 2 V. De sensor R₂ neemt toe met ΔR = 1,4 Ω. Bepaal met de benadering voor kleine veranderingen de uitgang Vab in mV.
Een rekstrookje van 220 Ω is één arm (R₂) van een brug met vier gelijke armen van 220 Ω en een bekrachtiging van 2 V. Bepaal het vermogen Pg dat in het rekstrookje wordt gedissipeerd, in mW. Zelfopwarming beperkt de bekrachtiging.
Een brug met armen van 1000 Ω wordt bekrachtigd met 3 V en heeft één actief rekstrookje (kwartbrug). De k-factor is 2,12 en de rek is 1000 µε. Bepaal de uitgang Vo van de brug in mV.
Een brug met armen van 350 Ω wordt bekrachtigd met 2,5 V en heeft één actief rekstrookje (kwartbrug). De k-factor is 2,05 en de rek is 400 µε. Bepaal de uitgang Vo van de brug in mV.
Antwoordenblad
- 1. R3 = 312,5 Ω
- 2. R3 = 15 Ω
- 3. Vab = 2 mV
- 4. Pg = 4,545 mW
- 5. Vo = 1,59 mV
- 6. Vo = 0,5125 mV
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.