Werkblad Brug van Wheatstone en rekstrookjes met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Brug van Wheatstone en rekstrookjes: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
+−6 VR1​ = 400 ΩR2​ = 200 ΩR3​ = ?R4​ = 200 ΩabG0

De brug van Wheatstone in het schema wordt in evenwicht gebracht door R₃ af te regelen. R₁ = 400 Ω, R₂ = 200 Ω en R₄ = 200 Ω. Bepaal de instelling R3.

R1 = 400 ΩR2 = 200 ΩR4 = 200 Ω
R3 = Ω
2.Makkelijk
+−2 VR1​ = 300 ΩR2​ = 500 ΩR3​ = 150 ΩR4​ = 50 Ωab+−

In de getoonde brug is Vs = 2 V, R₁ = 300 Ω en R₂ = 500 Ω. Bepaal de spanning Va van knooppunt a ten opzichte van de negatieve voedingsrail.

Vs = 2 VR1 = 300 ΩR2 = 500 ΩR3 = 150 ΩR4 = 50 Ω
Va = V
3.Gemiddeld
+−3 V300 Ω300 Ω + ΔR300 Ω300 Ωab+−Vab​ = ?

Een brug heeft vier armen van 300 Ω en Vs = 3 V. De sensor R₂ neemt toe met ΔR = 0,3 Ω. Bepaal met de benadering voor kleine veranderingen de uitgang Vab in mV.

Vs = 3 VR = 300 ΩΔR = 0,3 Ω
Vab = mV
4.Gemiddeld
+−3 V300 Ω300 Ω + ΔR300 Ω300 Ωab+−Vab​ = ?

Een brug heeft vier armen van 300 Ω en Vs = 3 V. De sensor R₂ neemt toe met ΔR = 60 Ω. Bepaal de exacte uitgang Vab in mV.

Vs = 3 VR = 300 ΩΔR = 60 Ω
Vab = mV
5.Moeilijk
+−3 V350 Ω350 Ω + ΔR350 Ω350 Ωab+−Vo​ = ?

Een brug met armen van 350 Ω wordt bekrachtigd met 3 V en heeft één actief rekstrookje (kwartbrug). De k-factor is 2 en de rek is 1200 µε. Bepaal de uitgang Vo van de brug in mV.

Vs = 3 VGF = 2ε = 1200 µε
Vo = mV
6.Moeilijk
+−5 V350 Ω − ΔR350 Ω + ΔR350 Ω + ΔR350 Ω − ΔRab+−Vo​ = ?

Een brug met armen van 350 Ω wordt bekrachtigd met 5 V en heeft vier actieve rekstrookjes, twee op trek en twee op druk (volle brug). De k-factor is 2,1 en de rek is 400 µε. Bepaal de uitgang Vo van de brug in mV.

Vs = 5 VGF = 2,1ε = 400 µε
Vo = mV

Antwoordenblad

  1. 1. R3 = 400 Ω
  2. 2. Va = 1,25 V
  3. 3. Vab = 0,75 mV
  4. 4. Vab = 136,4 mV
  5. 5. Vo = 1,8 mV
  6. 6. Vo = 4,2 mV

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.