De brug van Wheatstone in het schema is in evenwicht: de galvanometer wijst nul aan. R₁ = 200 Ω, R₂ = 20 Ω en R₃ = 40 Ω. Bepaal de onbekende weerstand R4.
Werkblad Brug van Wheatstone en rekstrookjes met antwoorden
Bepaal de onbelaste uitgangsspanning Vab = Va − Vb van de getoonde brug, met Vs = 6 V.
Een brug heeft vier armen van 400 Ω en Vs = 5 V. De sensor R₂ neemt toe met ΔR = 20 Ω. Bepaal de exacte uitgang Vab in mV.
Een galvanometer met een weerstand van 50 Ω is aangesloten tussen a en b van de getoonde brug (Vs = 3 V). Bepaal de galvanometerstroom Ig van a naar b, in µA.
Een kwartbrug (één actief rekstrookje, GF = 2,1) wordt bekrachtigd met 3 V. De grootste te meten rek is 600 µε, en die moet 10 V geven aan de ingang van een analoog-digitaalomzetter. Bepaal de versterking G van de versterker.
Een rekstrookje (GF = 2) op een constructiedeel met E = 110 GPa vormt een kwartbrug die wordt bekrachtigd met 10 V. De uitgang geeft 2,5 mV. Bepaal de axiale spanning σ in MPa.
Antwoordenblad
- 1. R4 = 4 Ω
- 2. Vab = 3,758 V
- 3. Vab = 60,98 mV
- 4. Ig = 4186 µA
- 5. G = 10582
- 6. σ = 55 MPa
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.