Werkblad Brug van Wheatstone en rekstrookjes met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Brug van Wheatstone en rekstrookjes: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
+−9 VR1​ = 50 ΩR2​ = 60 ΩR3​ = 500 ΩR4​ = 250 Ωab+−

In de getoonde brug is Vs = 9 V, R₁ = 50 Ω en R₂ = 60 Ω. Bepaal de spanning Va van knooppunt a ten opzichte van de negatieve voedingsrail.

Vs = 9 VR1 = 50 ΩR2 = 60 ΩR3 = 500 ΩR4 = 250 Ω
Va = V
2.Makkelijk
+−10 VR1​ = 80 ΩR2​ = 150 ΩR3​ = 120 ΩR4​ = 60 Ωab+−Vab​ = ?

Bepaal de onbelaste uitgangsspanning Vab = Va − Vb van de getoonde brug, met Vs = 10 V.

Vs = 10 VR1 = 80 ΩR2 = 150 ΩR3 = 120 ΩR4 = 60 Ω
Vab = V
3.Gemiddeld
+−2 V470 Ω470 Ω470 Ω470 Ωab+−

Een rekstrookje van 470 Ω is één arm (R₂) van een brug met vier gelijke armen van 470 Ω en een bekrachtiging van 2 V. Bepaal het vermogen Pg dat in het rekstrookje wordt gedissipeerd, in mW. Zelfopwarming beperkt de bekrachtiging.

Vs = 2 VR = 470 Ω
Pg = mW
4.Gemiddeld
+−2 V500 Ω500 Ω + ΔR500 Ω500 Ωab+−Vab​ = ?

Een brug heeft vier armen van 500 Ω en Vs = 2 V. De sensor R₂ neemt toe met ΔR = 1,25 Ω. Bepaal met de benadering voor kleine veranderingen de uitgang Vab in mV.

Vs = 2 VR = 500 ΩΔR = 1,25 Ω
Vab = mV
5.Moeilijk
+−10 V120 Ω120 Ω + ΔR120 Ω120 Ωab+−Vo​ = ?

Een brug met armen van 120 Ω wordt bekrachtigd met 10 V en heeft één actief rekstrookje (kwartbrug). De k-factor is 2,05 en de rek is 600 µε. Bepaal de uitgang Vo van de brug in mV.

Vs = 10 VGF = 2,05ε = 600 µε
Vo = mV
6.Moeilijk
+−5 V350 Ω350 Ω + ΔR350 Ω350 Ωab+−Vo​

Een kwartbrug (één actief rekstrookje, GF = 2,1) wordt bekrachtigd met 5 V. De grootste te meten rek is 1000 µε, en die moet 10 V geven aan de ingang van een analoog-digitaalomzetter. Bepaal de versterking G van de versterker.

Vs = 5 VGF = 2,1εmax = 1000 µεVFS = 10 V
G =

Antwoordenblad

  1. 1. Va = 4,909 V
  2. 2. Vab = 3,188 V
  3. 3. Pg = 2,128 mW
  4. 4. Vab = 1,25 mV
  5. 5. Vo = 3,075 mV
  6. 6. G = 3810

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.